Omschrijving Case
Aan een werknemer is door zijn werkgever een auto ter beschikking gesteld. Voor de auto is een 'Verklaring geen privégebruik auto' afgegeven.
In 2008 verzoekt de inspecteur aan de werknemer om een rittenregistratie te overleggen. Naar aanleiding van de overgelegde rittenregistratie verzoekt de inspecteur de werknemer om discrepanties tussen de rittenregistratie en gegevens van het CJIB te verklaren. De belastingdienst had in deze zaak de rittenregistratie onder andere vergeleken met gegevens van verkeersovertredingen. Daarbij bleek dat er in een jaar zeven overtredingen waren begaan op locaties die niet overeenkwamen met de ritten in de rittenregistratie.
Veel van deze verschillen waren in dit geval te verklaren met ritten die door collega’s met deze auto waren gemaakt. Deze ritten waren niet in de rittenregistratie opgenomen. Dat de wel opgenomen ritten qua kilometerstanden toch op elkaar aansloten, werd waarschijnlijk veroorzaakt doordat de secretaresse van deze berijder de rittenregistratie verzorgde, los van de werkelijke stand van de kilometerteller.
Ondanks de verklaringen van de werknemer legt de inspecteur een naheffingsaanslag LB aan hem op voor het privégebruik van de auto, omdat hij niet heeft kunnen aantonen dat de auto voor minder dan 500 km voor privédoeleinden is gebruikt.
Uitkomst
Mening VAVDZ:
De zaak is gestart vanwege een verschil in de rittenregistratie en een boete bij het CJIB. Dit is een veelvoorkomende fout waar wij vaak op hameren. De verklaringen van de werknemer geven de doorslag. De werknemer geeft toe dat de rittenregistratie geen correcte weergave is en dat de rittenregistratie is gereconstrueerd. Kleine fouten hoeven niet meteen tot het volledig verwerpen van de rittenregistratie te leiden. Dat blijkt ook uit eerdere rechtszaken. In dit geval was de omvang van de verschillen echter te groot en waren er bovendien vraagtekens te plaatsen bij een aantal verklaringen over de ontbrekende ritten. Zorgvuldigheid blijft dus geboden.
Bronvermelding:



