Onderscheid in bijtellingscategorie

Omschrijving Case

Een berijder die in 2008 een auto van de zaak tot zijn beschikking had, kreeg een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op basis van het bijtellingspercentage van 25%.  De werknemer was het hier niet mee eens en vond dat het percentage van 14% van toepassing was. Volgens hem is de fiscale regeling voor het privégebruik van de auto van de zaak discriminerend. 

Uitkomst

De Rechtbank gaf aan dat de beoordelingsvrijheid van de wetgever op fiscaal gebied ruim was. De wetgever mag dan ook bepalen welke situaties gelijk behandeld moeten worden en wanneer een verschillende behandeling te rechtvaardigen is. Het doel van de regering was om met de invoering van de verschillende bijtellingspercentages het milieu zo goed mogelijk te beschermen en de aankoop van milieuvriendelijke auto’s te stimuleren. Aansluiting bij de CO2-uitstoot lag dan ook voor de hand, omdat dan aangesloten kon worden bij een bestaande EG-richtlijn. Hier was dus geen sprake van verboden discriminatie, maar van een rechtvaardig onderscheid. De Hoge Raad oordeelt op 22 april dat zij het eens is met de Rechtbank.

Mening VAVDZ

De berijder heeft een punt. In de prijs van de auto zit een fors stuk BPM. Die BPM heeft als grondslag de CO2 uitstoot. Dus waarom dubbel heffen op CO2? De uitkomst was echter te verwachten. De case hebben wij echter met zeer veel interesse gevolgd. Wij zijn blij met de kortingscategorieen. Principieel geven wij de berijder echter gelijk.

Bronvermelding

Rechtbank, 13 april 2010, LJN: BM5561
Hoge Raad, 22 april 2011, LJN: BQ2133  

Advertentie

JL 3 Just Lease actie banner